Schietwilg

De wilg is een oude bekende in het Nederlandse landschap. Op deze wandeling treft je echter maar één wilg aan. Maar het is wel een groot en dus niet geknot exemplaar! De Latijnse naam voor de wilg is Salix en is afkomstig van het Keltische ‘sal lis’ en betekent ‘bij water’. Het verwijst naar de favoriete omgeving voor deze boom. De wilg is een pioniersplant, dat wil zeggen dat deze boom deel uitmaakt van de eerste vegetatie in een gebied. Bij voorkeur langs de waterrand.

Wilgen hebben smal lancetvormig grijsgroen blad, zijn bladverliezend en kunnen 25 meter hoog worden en tot 200 jaar oud. De schietwilg bloeit in april en mei met katjes die voor of tegelijk met het blad verschijnen. Iedereen kent toch wel de zachte zilverkleurige wilgenkatjes? Wist je dat ze een belangrijke bron van stuifmeel zijn voor insecten? Met name solitaire bijen zijn afhankelijk van bloeiende wilgen.

Wilgen kunnen goed geknot worden, de stam wordt op 2 meter hoogte doorgesneden en de loten die ontstaan heten wilgentenen. De wilgentenen zijn zeer soepel en werden veel gebruikt voor vlechten van manden en hutten.

Sumeriërs maakten al gebruik van de schors van de wilg als koortswerend middel in 4500 voor Christus. In het oude Egypte werd een zalf op basis van wilgenzaad gebruikt bij ontstoken gewrichten en botbreuken. In de loop der eeuwen is de wilg een veel gebruikte pijnstiller met koortswerende en ontstekingsremmende eigenschappen. Tot in 1829 de stof salicine geïsoleerd werd uit de boom en kort erna kunstmatig werd nagemaakt. Het was de start van een van de eerste medicijnen: ‘het aspirientje’.

In de kruidengeneeskunde wordt heden ten dage nog gebruik gemaakt van de bast van jonge takken of het blad of mannelijk katjes. Voornamelijk voor spierpijn en bij reumatische klachten.

Verder kun je wilgentenen heel goed bij stekjes toevoegen die je op water hebt staan. Het helpt ze om nieuwe wortels aan te maken. En omdat wilgentenen heel soepel zijn kun je ze ook gebruiken om een mooie ronde vorm te maken voor je zelfgemaakte dromenvanger.

Grote kaardebol

Een markante verschijning in dit aangelegde stukje natuur is de grote kaardebol. De plant is tweejarig en kan 70–250 cm hoog worden. De bladeren zijn twee aan twee tegenoverstaand en de vergrote bladvoet werkt als opvangbakje voor water. De plant lijkt op een distel maar is het niet. Het fotogenieke bloemenhoofd met rijen lila bloemetjes komt boven de bladeren uit en is verdroogd ook nog te bewonderen. En heel geschikt in droogboeketten. Vanwege het hoge nectargehalte is de plant geliefd bij insecten, zoals bijen, hommels en vlinders.

De kaardebol heeft eeuwenlang een groot economisch belang gekend. De bloemhoofdjes van de plant werden vroeger namelijk gebruikt om wol mee te ruwen. Deze techniek werd in de Middeleeuwen al ontwikkeld maar is sinds de jaren 80 van de vorige eeuw niet meer in gebruik. Het ruwer maken van de wol zorgde voor luchtige en dus warmere kleding en dekens! Deze functie is inmiddels overgenomen door machines en ander effectiever gereedschap. Je kunt die ruwheid zelf ook voelen, de bloemhoofdjes zijn best scherp! Ook onder aan de bladeren zitten stekels.

In de Chinese geneeskunde wordt de wortel van de kaardebol al eeuwen gebruikt bij artritis en jicht. In de huidige westerse kruidengeneeskunde wordt de plant vooral ingezet als weerstandsverhoger en voor een betere functie van het lymfesysteem.

Contact Details

Gaia Kruiden
Langewijk 6
9619PK Froombosch
the Netherlands

Email: info@gaiakruiden.nl
Website: www.gaiakruiden.nl